Middagje KC eindigt in bloedbad

Toen ik nog jong en mooi was bestond er zoiets als een ‘avondje NAC’. De Bredase profclub had destijds listig de zaterdagavond ‘geclaimd’. Dat was deels een marketingtruc, maar deels ook reëel. Onder een deken van Brabantse gastvrijheid werden de gasten  steevast op een zware avond getrakteerd en de supporters konden na afloop tevreden afbieren.
 
Gisteren was het onze beurt. Het middagje KC, opdat het een blijvertje mag worden. Het eerste ontdeed zich met verve van een zware tegenstander (zie daarvoor het verslag van Robert Oosting), het derde gaven hun Volendamse tegenstanders (zie) een pak slaag en het tweede moest tegen het op papier gelijkwaardige Spijkenisse aantreden. Het werd 7-1 mensen en het was wonderlijk genoeg niet eens geflatteerd.
 
Soms heb je wel eens van die dagen dat alles meezit. Indachtig het mantra ‘be humble in victory and gracious in defeat’, we hoeven niet ver in de geschiedenis terug te gaan dat alles bij ons tegenzat en we zelf op een vette nederlaag werden getrakteerd.
 
Op bord 1 leek Div het aanvankelijk moeilijk te hebben, maar dat denk ik bij sommige openingen altijd. Toen de optisch actieve witte stukken werden teruggedreven, bleek zwart actiever. In tijdnood ging de trukendozen open, alleen bleken de doos van Div veel beter gevuld dan die van Ricardo Klepke. (1-0)
 
Tyro had op bord 2 diverse kansen om Erik Both van het bord te offeren, maar vond niets concreets en deed het daarom rustiger aan. Het ontstane middenspel zonder dames was evenwel erg goed voor zwart en ons talent, in ronde 2 nog de eenzame held, werd daardoor vandaag de schlemiel.  (1-1)
 
Captain Cook, dit jaar nog zonder overwinning, moest het met zwart zien te rooien tegen de stevige Tony Zhang. Die had zijn middag kennelijk niet want koerste vrij vlot na de opening af op een lopereindspel dat met nauwkeurig spel gewonnen moest zijn voor zwart. Na de nodige omtrekkende bewegingen vond ik het winstplan en kon Zhang zijn koning omleggen. (2-1)
 
Gonogo houdt van openingen uit de oude doos en kiest dan vaak ook nog ongebruikelijke zijvariantjes. Die moet je dan wel even kennen. Dat bleek voor Maurits van der Linde niet het geval en al snel kon hij opgeven wegens groot materiaalverlies. (3-1)
 
En dan supersub Gerard Rill, wat kan die man schaken. In een strategisch vlekkeloze partij werd Desiree Hamelink steeds verder teruggeduwd totdat een vrijpion op a2 haar definitief de das omdeed. (4-1)
 
Ome Jan was op een voor zijn doen laag bord geplaatst. Het plan was om hem even een zelfvertrouwenpuntje te laten doen. Het plan werd bijzonder hardhandig uitgevoerd toen Daniel Zevenhuizen ten onder ging aan een stuk of tachtig gruwelijke penningen. (5-1)
 
Talentaan had aanvankelijk een soort dampartij waarin de ene partij op zwart speelde en de ander op wit. Maar toen de traditionele grafloper van zwart in het enige gaatje kroop dat beschikbaar was, was het snel klaar, al probeerde onze man nog even in wat laatste trucjes van Selman Ercan te trappen. (6-1)
 
Derk Kouwenkoven ten slotte speelde een solide pot waar hij na wat schermutselingen binnendrong op de zevende rij om een pion te winnen. Alle toreneindspellen zijn remise, dat weten we allemaal, maar niet als je je toren achter een vrijpion hebt, dat wist Derk gelukkig knap te verzilveren tegen Wilmar Meijer. (7-1)
 
In de traditionele Chinees was de hoofdrol voor Edwin Rutte en de Chinese oberes. Toen Edwin omstandig en uiterst beleefd uitlegde dat hij helaas eerder wegmoest en graag wilde afrekenen werd hij geduldig aangehoord en kwam de dame aanzetten met “Nog een dame blanche, meneer?”, die trouwens helemaal geen dame blanche was, maar dit terzijde. 

Onderwerp: