Bejaardenschaak brengt KC in degradatiegevaar: van fine dining naar frites en fristi

[Leeswaarschuwing: wie een inhoudelijke analyse van een Meesterklassewedstrijd verwacht, verwijs ik naar andere verslagen. Dit epistel probeert met een verzameling spinsels en uitweidingen af te leiden waar het echt om ging, die bewuste natte februaridag in Haarlem]

Eind november pende uw scribent enkele profetische woorden, die gelukkig niet zo profetisch bleken. Het seizoen werd immers ‘gewoon’ hervat en voor KC1 stond Zuid-Limburg op het menu. Voor de Randstedelingen onder ons: het begrip Zuid-Limburg moet hier in de ruimste zin van het woord worden opgevat. Gelet op de opgestelde spelers strekt Zuid-Limburg zich hier tot Groot-Limburgse irredentische proporties: de westgrens loopt grofweg langs de Westelijke moerassen in Leiden, de Zuidelijke expansies zijn gevorderd  tot de Ardennen en München, met oostelijke veroveringen tot Moskou aan toe. De historische hoofdstad van dit Groot-Limburgse schaakimperium is uiteraard het schilderachtige Voerendaal, en ook de paleizen van Klimmen spreken bij velen nog tot de verbeelding. Afgelopen zaterdag togen de Limburgers naar een nog onontgonnen gebied ten noorden van Leiden, waar de dappere Kennemers zich in de IJsbaan te Haarlem zich verschanst hadden.

De clash zal vanuit Groot-Limburgs perspectief ongetwijfeld als een heroïsche strijd in de annalen beschreven worden, waarbij de koppen van vele Noorderlingen gesneld zijn en ook het Bisdom Haarlem tot de nieuwste noordwestelijke veroveringen gerekend mag worden.  Gezien vanuit mijn bescheiden blikveld was het een rokende puinhoop en dat is eufemistisch benoemd. 

Denkt u immers dat onze mannen fris en fruitig aan de strijd begonnen? De teamleider had faliekant gefaald door zijn troepen voorafgaand aan deze kraker de ruimte te geven. En daar gingen ze, naar feestjes van Blaf of andere godverlaten oorden waar Corona woedde. Vele afzeggingen volgden, de gebelde invallers hadden blijkbaar dezelfde heidense feestjes bezocht en zij die wel negatief getest waren, keken bedremmeld uit de vermoeide oogjes. Vooral de ervaren spelers hebben erg te lijden gehad in deze barre tijden, maar daarover meer in de tirade in de laatste alinea.

Voordat we de senioren kunnen affakkelen, eerst maar een beknopt verslag van de wedstrijd, we gaan de borden van 10 naar 1 af.

Daan viel verdienstelijk in, al liet de behandeling van een veelbelovende aanvalsstelling te wensen over. In zijn goede oude tijd zou DiV in de isolani-stelling de zwarte koning met een spervuur aan stukken bestookt hebben, nu volgde een massaruil. Hierover echter een mild oordeel van schrijver dezes, zeker gelet op de ‘prestaties’ in mijn eigen partij. Halfje.

Op 9 zat Onno. Daar ging wel wat aan vooraf, want eerst nam Onno tegenover onze eigen invaller Daan op bord 10 plaats. Toen we Onno hadden uitgelegd dat Daan nog niet als Groot-Limburgse soldaat was ingelijfd, speelde hij aanvankelijk een vrij matige partij tegen de daadwerkelijke tegenstander. Gelukkig rechtte Onno de rug en begon goed te verdedigen. Vervolgens toonde de sympathieke Belg Onno compassie door in nog altijd goede stelling door zijn vlag te gaan. Gelukje voor ons, Onno begint een norm nu echt te ruiken.

Bij de beschrijving van bord 8 moet ik mijn azijngedrenkte pen even wegleggen, want Esper speelde een puike partij. Komt het omdat hij vaak afdaalt naar het Groot-Limburgse heartland en ook in de Belgische liga puntjes weet te scoren? Stilletjes ontpopt Esper zich tot een sterke FM en toekomstige steunpilaar van het team, chapeau.

Op 7 zat onze heldin. Eline hield haar traditie in ere door in haar KC-carrière vooralsnog telkens

  1. a) geen remise te spelen 
  2. b) als eerste klaar te zijn 

Wellicht vermoedt u na deze positieve noot andermaal een glorieuze nederlaag van onze jongste bengel, maar ik kan op borden 1 t/m 7 nog maar een half puntje aan het KC-totaal toeschrijven. Positief was dan wel de leerzame openingsles die Eline van de Leidse Limburger kreeg. Tevens hoopgevend bleken de goede eetgewoonten en tentoongespreide tafelmanieren. Geen frikandel maar avocado, en ook het eten met stokjes ging zonder te knoeien (dit is geen vanzelfsprekendheid bij KC1). Dus toch nog een klein chapeau.

Op bord 6 onze normaliter goedlachse grappenmaker. Bij Tex stonden na afloop de tranen echter nader dan het lachen. De opening ging prima de luxe, het middenspel ook, maar ergens stokte het en oude fouten slopen in het spel. Zijn Duitse tegenstander maakte het eindspel studieachtig af, zodat ik ook aan dit bord een pluim mag uitdelen. Weliswaar voor de verkeerde kleur, maar toch. Klein lichtpuntje aan onze zijde is de openbaring dit seizoen van Tex als trainingsbeest en mentaliteitsmonster; Sas van Gent is vast gewaarschuwd.

Over goedlachs gesproken, Marcel aan bord 5 kan er ook wat van. Heeft je team leven in de brouwerij nodig? Bel onze supersub en je hebt een enerverende avond. Ook het bord gaat vaak vol passie in vuur en vlam. Dezenmaal stak Marcel met g5-g4!? de lont in het kruitvat. Helaas, g5-g4!? bleek g5-g4??, het buskruit ontplofte in de eigen hand en het punt ging mee naar Siberië, waar Groot-Limburg in haar expansiedrift ook twee nederzettingen heeft gesticht.

Op bord 4 experimenteerde ik met een flankopstelling. Die verliep meer dan gesmeerd; ik kreeg een gevaarlijke batterij die naar g7 en h8 zat te loeren. Eigenlijk ging het te makkelijk. Na eerst Te1 en dan Pe5-g4 had ik vast weer het zoet der overwinning mogen smaken. Aangemoedigd door de Belgische tijdnood ontkurkte ik echter één zet te vroeg Pg4??, waarna ik ogenblikkelijk verloren stond. Aan het verslag te lezen merkt u vast op dat ik er nog niet overheen ben. De freudiaanse contemplatie waarom Marcel en ik allebei tegelijkertijd onze mooie stukken op het onzalige veld g4 plempen is in volle gang.

Gerard aan bord 3 had meer verdiend. Een Benoni uit het boekje. h7-h5-h4!, c5-c4!, g7-g5!, f7-f5!, onze held liet zien dat een echte vos wel zijn haren maar nooit zijn streken verliest. Met het bord in vuur en vlam had hij bijna de Limburgse Rus naar de goelag verbannen. U leest bijna, want ook deze wereldpartij ging jammerlijk verloren. Zoals Nigel Short eens uitriep: ”I had a great Benoni position three tempi up! Unfortunately, after all it was still a Benoni, the damned child of sorrow!” Ach en wee, zit het dan nooit eens mee?

Liam is onze rots aan de hogere borden dit jaar. Al zijn partijen zijn rechtlijnig: of hij wint uit de opening, of de opening mislukt en dan wikkelt hij af naar remise. De professionaliteit zelve,, die man. Uiteraard nog op koers voor een norm, koersvast als hij is. Liam, ook al degraderen we, blijf alsjeblieft bij ons en leid ons de weg terug. Wat moeten we immers zonder onze rots?

Aangekomen bij het topbord: waar mijn broertje Wouter zijn rentree in KC2 maakt, groeien mijn teamgenoot Wouter en ik steeds dichter naar elkaar toe. Familienamen uitwisselen, samen in de autohandel en ook trekken we samen op qua score. Ik begon het seizoen met een nederlaag, toen drie remises, nu weer een nederlaag. Wouter doet ‘vrolijk’ mee. Nu ben ik een titelloze prutser, dus 1,5 uit 5 is niet zo gek, maar Wouter is een GM met internationale allure. Amper 4 jaar geleden was hij topscorer in de Meesterklasse. Bovendien versloeg Wouter toen wereldkampioen Magnus Carlsen, The Man himself. Ditmaal was een Duitse GM die op Klein Plan zit te sterk voor onze enige grootmeester. Het kan verkeren. 

We aten wat bij de Japanse Chinees (een misdaad volgens de snobistische leer) en terugrijdend naar huis zag ik opeens waar het aan schortte in het team. De jeugd scoorde deze ronde 2,5 uit 4, de papa’s 0,5 uit 6. En niet alleen op het bord was het verschil frappant, ook aan de dis was de demarcatie duidelijk. Waar de gevestigde orde zich laaft aan exquise wijn en chique teriyaki, tanken de puntenmachines de 3 vieze F’s: frikadellen, frites en fristi. Tot overmaat van ramp worden de jonkies daar nog om uitgelachen ook. Misschien moet de oude garde een toontje lager gaan zingen en ook net zo lang no-nonsense voer dat begint met een vieze F naar binnen schuiven ,tot er weer wat puntjes binnen zijn gehaald. Het is immers niet de eerste keer dit seizoen dat de oudjes falen. Destijds werd een Siberisch strafkampje beloofd, wat klaarblijkelijk niet tot de gewenste resultaten heeft geleid. Daarom ditmaal een Zeeuws strafkamp. Ottolenghi mag weer van stal worden gehaald zodra de resultaten daar zijn. Als de oudjes niet snel uit een ander vaatje stappen, zal het Huize Avondrood van de Eerste Klasse hun laatste rustplaats worden.

 

Pieter Roggeveen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close